HomeArtikelLaagvariabele zorgfinanciering: een ware nachtmerrie of valt het nog mee?

Laagvariabele zorgfinanciering: een ware nachtmerrie of valt het nog mee?

Gepubliceerd op vrijdag 22 februari, 2019

De introductie van de laagvariabele zorgfinanciering op 1 januari van dit jaar is op zijn minst gezegd gecontesteerd. Nochtans was de bedoeling van de overheid nobel: het wegwerken van de grote prijsverschillen voor routine-ingrepen. De gemiddelde totaalprijs van een appendectomie bijvoorbeeld ligt volgens het kenniscentrum (KCE) maar liefst driemaal hoger in een ziekenhuis in Brussel dan aan de kust. De grootste kritiek op het voorgaande systeem van de referentiebedragen was dat het enkel de slechte leerlingen bestrafte. Dus forfaitarisering van de artsenhonoraria op basis van MZG is dan toch een billijke oplossing?

We hebben als ziekenhuis meer mogelijkheden dan het gemiddelde Belgische ziekenhuis en deze extra middelen zetten we ook in voor de patiënt.

Helaas ziet het er niet zo uit voor AZ Nikolaas. De feedback die we kregen op basis van de gegevens uit 2016 toonde aan dat we globaal verlies zouden lijden. Niet omdat we overconsumeren, maar wel omdat we als ziekenhuis meer mogelijkheden hebben dan het gemiddelde Belgische ziekenhuis en deze extra middelen ook inzetten voor de patiënt zoals bijvoorbeeld fysiotherapie en pijnpompen of neonatale zorg. Dit betalingssysteem komt ons daarin niet tegemoet omdat de gespecialiseerdere zorg die wij aanbieden, niet het gemiddelde is. Het spreekt voor zich dat we hierop nu helaas zullen (moeten) besparen, maar gelukkig is er ook hoop voor de toekomst.

De beslissing of een bepaalde ingreep onder de nieuwe financiering valt wordt namelijk mee bepaald door de MZG-registratie. En die was in 2016 nog niet optimaal waardoor een groot aantal ingrepen in feite onterecht in de feedback zaten. Ondertussen gaat de MZG-registratiekwaliteit in stijgende lijn dankzij doorgedreven uitspitten van het patiëntendossier met uitklaring van tekorten en onduidelijkheden door bevraging van de artsen.

Hoever we tot nu staan, is nog niet duidelijk. De berekening is namelijk zo complex en zo laat vrijgegeven dat de software nog niet klaar is om ze uit te voeren. We zullen dus net als onze overgangsregering moeten werken met “budgettaire twaalfden” om onze artsen te kunnen ondersteunen terwijl we de eerste resultaten afwachten.